Monitoring toepassingslocaties

Bij de aanleg van kunstwerken wordt regelmatig gebruik gemaakt van de toepassing van IBC-bouwstoffen, in praktijk vaak AEC-bodemas (voorheen AVI-bodemas), voor de aanleg van grootschalige ophogingen. 

Bij IBC-bouwstof worden onder normale omstandigheden de immissie-eisen overschreden. Daarom worden bij de aanleg voorzieningen getroffen, zoals het realiseren van afdichtingen om uitloging van stoffen te voorkomen.

Conform de Regeling bodemkwaliteit moeten vervolgens beheers- en controlemaatregelen worden uitgevoerd. Hiervoor wordt een beheers- en controleplan opgesteld en vindt monitoring van de stand en de kwaliteit van het grondwater plaats. Alvorens de bodemas wordt toegepast, wordt de nulsituatie van de bodem en het grondwater (kwaliteit en stand) vastgelegd.

Vanaf het moment dat de eerste laag bodemas wordt aangebracht, wordt de grondwaterstand gemeten om aan te tonen dat aan de droogleggingseis wordt voldaan. Tweejaarlijks wordt tevens de kwaliteit van het grondwater vastgelegd. Zo kan gecontroleerd worden of de bodemastoepassing de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloedt.

Met onze ervaren adviseurs en erkende veldploeg voeren wij het monitoringstraject uit volgens de vereiste normen. DIBEC is gecertificeerd en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat Leefomgeving (Bodem+) voor BRL SIKB 2000, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen” en protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”.

Controle van de staat van een werk, volgens de checklist uit de Regeling bodemkwaliteit, dient jaarlijks te worden uitgevoerd door een AS 6900 erkend bedrijf. ​​​​​​​​​​